Wijs ondernemers op belang meer aandacht voor vervoersdocumenten

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Adviseert u als financieel advieskantoor ondernemingen op het gebied van schadeverzekeringen, dan zal in veel gevallen het onderwerp “transportrisico’s” aan de orde komen. Lianne Meeuwesen, claimshandler marine bij Achmea, verzorgt regelmatig workshops voor de relaties van DFO die extra kennis willen opdoen op het gebied van transportrisico’s. In dit artikel legt Lianne uit waarom zij tijdens deze workshops er keer op keer op hamert dat ondernemers meer aandacht dienen te schenken aan de kwaliteit van de administratie van vervoersdocumenten. Een boodschap die elke adviseur ook regelmatig onder de aandacht van zijn of haar relaties kan brengen.

Regie over de goederen tijdens transport beperkt het risico op schade

Tijdens de workshops Transport besteden we altijd veel aandacht aan het belang van het houden van de regie over de goederen gedurende het transport. Het transport onttrekt zich aan het zicht van verkoper en koper (resp. de verzender en de ontvanger van goederen die worden vervoerd) maar de commerciële relatie tussen beiden komt onder druk te staan bij schade of vermissing aan/van die goederen tijdens transport. Ladingbelanghebbenden zitten niet te wachten op de, vaak moeizame, discussie met de vervoerder over diens mogelijke (gelimiteerde) aansprakelijkheid. Voorkomen is dan ook beter dan genezen!

Het belang van de vervoersdocumenten wordt nogal eens onderschat. Om toch zoveel mogelijk regie over de goederen te houden, ook al zijn deze fysiek buiten bereik van (ver)koper en onder de hoede van de vervoerder, is het correct invullen en hanteren van deze documenten cruciaal.

Eén van de aandachtspunten hierin is het feit dat de afzender (partij die is vermeld in vakje 1 van de CMR vrachtbrief) de enige partij is die de vervoerder (eventueel gewijzigde) instructies mag geven tijdens het transport, tot aan het moment dat de lading wordt aangeboden aan de geadresseerde op het in de vrachtbrief vermelde adres.

Onderstaand voorbeeld, ontleend aan een zaak waarin de Hoge Raad zich heeft uitgesproken, laat zien hoe het mis kan gaan.

Een transport van huishoudelijke artikelen vindt plaats van Nederland naar Rusland. De lading dient te worden afgeleverd (nadat de douaneformaliteiten in orde zijn gemaakt) bij een warehouse in de directe nabijheid van douanepost Tushino in Moskou, ten behoeve van geadresseerde Stroyinvest. Bij aankomst bij de douanepost wordt de chauffeur aangesproken door twee personen die aangeven vertegenwoordigers van de geadresseerde Stroyinvest te zijn. Zij geven aan te zijn gestuurd om de douanepapieren in orde te maken en de lading vervolgens over te nemen.

De chauffeur geeft de documenten, behorend bij de lading, aan deze twee personen, die vervolgens de douanepost binnengaan. Na een tijdje komen zij naar buiten en begeleiden de chauffeur met zijn vrachtwagen naar een gereedstaande Russische vrachtwagen en de lading wordt daarin overgeladen. Vervolgens aanvaardt de chauffeur zijn terugreis.

Helaas komt na enige tijd de geadresseerde bij afzender in de lucht met de vraag waar zijn lading blijft? Deze blijkt nergens meer te traceren en zowel afzender als geadresseerde staan met lege handen.

De vervoerder wordt verweten dat hij de goederen nooit heeft afgeleverd bij de geadresseerde. Aan de resultaatsverplichting uit art. 17.1 CMR is niet voldaan. De fout van de vervoerder bestaat hierin dat hij instructies aangaande de lading heeft aangenomen van de (beweerdelijk) geadresseerde, terwijl hij in het betreffende stadium van het vervoer (met uitsluiting van alle andere partijen) alleen maar instructies mocht aannemen van de afzender (zijn contractuele wederpartij).

De vervoerder had dus, op het moment dat hij werd aangesproken door de (beweerdelijk) vertegenwoordigers van de geadresseerde, diens identiteit moeten controleren en vervolgens met de afzender moeten overleggen of het wel klopte dat hij, anders dan de initieel aan hem verstrekte instructies:

  • de douaneformaliteiten door anderen mocht laten uitvoeren;
  • de lading niet tot aan het warehouse hoefde te brengen maar al bij de douanepost mocht overladen in een andere vrachtwagen.

Door dit niet te doen is de vervoerder aansprakelijk voor de verdwijning van de goederen en wordt zelfs de aansprakelijkheidslimiet doorbroken.

Begrip en juist invullen van de vrachtbrief wordt maar weer eens benadrukt. Dit is voor alle partijen die betrokken zijn bij het transport van belang maar helaas gaat het hierin nog steeds vaak mis.

In onze workshops leggen we u onder meer uit hoe u uw klant hierin kunt helpen. Daarnaast is, middels vele praktijkvoorbeelden,  uitgebreid aandacht voor de inhoud van wet- en regelgeving aangaande het wegvervoer en passeren de incoterms op begrijpelijke wijze de revue. Uw kennis aangaande de materie is hiermee in één dag weer up-to-date!

De eerstvolgende workshop Transport die DFO organiseert en waarbij Lianne Meeuwesen als docent zal optreden vindt plaats op 30 oktober te Hoevelaken. Meer informatie over deze workshop vindt u via onderstaande link. 

Informatie/aanmelden

Deel deze nieuwsbrief via sociale media

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin